Schoolkosten

Als je bij het Vitalis college een opleiding volgt, betaal je les- en cursusgeld.
Daarnaast betaal je specifieke opleidingskosten.

Andere kosten

Daarnaast kunnen ook deze kosten in rekening worden gebracht:

  • Kosten voor opleidingsgebonden leermiddelen: dit zijn zaken die je verplicht nodig hebt om een opleiding te kunnen volgen en je eigendom worden, zoals boeken, een laptop of werkschoenen.
  • Een vrijwillige bijdrage, voor bijvoorbeeld deelname aan een excursie of een introductieprogramma. Je bent niet verplicht te betalen, dat kan echter betekenen dat je niet kunt meedoen.

Een opleiding mag geen kosten in rekening brengen voor de basiszaken die je absoluut nodig hebt voor het volgen van je opleiding. De precieze regels die we bij ROC West-Brabant wettelijk volgen, lees je hierna. Op de websites van de colleges en in de Studiekiezer, vind je gespecificeerde kosten per opleiding.

Precieze regels voor schoolkosten

Artikel 8.1.4 WEB regelt dat de inschrijving niet afhankelijk mag worden gesteld van een andere dan een bij of krachtens de wet geregelde geldelijke bijdrage. Met andere woorden, alleen het les- en cursusgeld is een verplichte bijdrage. Een andere geldelijke bijdrage mag bij de inschrijving niet van de studenten worden geëist.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen vier verschillende soorten schoolkosten, te weten de wettelijke bijdrage, opleidingsgebonden schoolkosten, opleidingsgebonden leermiddelen, niet-opleidingsgebonden schoolkosten.

a. Wettelijke bijdrage (verplicht voor student)

Dit is het wettelijk geregelde les- of cursusgeld dat elke student verplicht is te betalen. Indien de student zich heeft ingeschreven én de wettelijke bijdrage heeft voldaan, heeft hij recht op toegang tot het onderwijs en het examen.

b. Opleidingsgebonden schoolkosten (voor rekening van instelling)

Opleidingsgebonden schoolkosten zijn opleidingskosten die voor rekening komen van de instelling. Activiteiten die meegeteld worden voor de urennorm worden als verplicht aangemerkt. De instelling ontvangt hiertoe bekostiging van het ministerie van OCW. Het betreft basisbenodigdheden (basisuitrusting) waar een student standaard recht op heeft bij het volgen en afronden van een opleiding. Voorbeelden van basisbenodigdheden (niet-limitatief) zijn:
schoolpas/collegepas, administratiekosten en administratieve zaken, introductiedagen die verplicht onderdeel van het programma zijn en als zodanig worden meegeteld in de realisatie van de IIVO-urennorm, software-licenties voor algemene programma’s, alleen te gebruiken bij de school/het college, apparatuur, machines, gereedschappen, instrumenten en computers welke tot de basisuitrusting behoren en derhalve niet op de studiematerialenlijst staan vermeld, verbruiksmaterialen zoals hout, metaal, papier, bloemen, stoffen, etc., binnen maatstaven van redelijkheid en billijkheid

c. Opleidingsgebonden leermiddelen (verplicht voor student)

Dit zijn leermiddelen, instrumenten en gereedschappen die de student verplicht is zelf aan te schaffen al dan niet via de school/het college. Het betreft leermiddelen, instrumenten en gereedschappen (studiematerialen) die noodzakelijk zijn om de opleiding te kunnen volgen en afronden en eigendom zijn of worden van de student. Indien de student tijdens de opleiding niet in het bezit is van de verplicht gestelde studiematerialen zoals vermeld op de studiematerialenlijst, wordt hem op dat moment de toegang tot de opleiding ontzegd (art. 7.7.1 WEB, art. 17 e.v. OOK en art. 5 POK). Voorbeelden van opleidingsgebonden leermiddelen (niet-limitatief) zijn: boeken, agenda, rekenmachine, een laptop als binnen school gebruik wordt gemaakt van online-informatie i.p.v. schoolboeken, licentie(s) voor boek(en) en ict-programma’s (koop en of huur) indien de student hiervan ook buiten de school/instelling gebruik kan maken, kopieerkosten voor het maken van stencils en readers die behoren tot het verplichte lesmateriaal, onderwijsbenodigdheden die afhankelijk zijn van de persoonlijke kenmerken van de student. Bijvoorbeeld: werkkleding, werkschoenen, gereedschap, reis- en verblijfkosten van en naar de BPV-plaats, etc..

d. Niet-opleidingsgebonden schoolkosten (vrijwillig voor student)

Hier gaat het om kosten van extra voorzieningen, faciliteiten of activiteiten welke niet noodzakelijk zijn voor het volgen en afronden van een opleiding. De student heeft een vrije keuze of hij deze zaken al dan niet afneemt en betaalt. Het betreft hier de zogenaamde vrijwillige bijdrage. Indien een student geen gebruik wenst te maken van deze extra faciliteiten die de school/het college biedt, dan wel de vergoeding voor deze faciliteiten niet heeft betaald, vervalt zijn recht om gebruik te maken van deze extra faciliteiten. Voor de start van de opleiding wordt per opleiding een specifiek limitatief overzicht van niet-opleidingsgebonden schoolkosten verstrekt. Voorbeelden van niet-opleidingsgebonden schoolkosten (niet-limitatief) zijn: excursies (of vervoer hierbij), buitenschoolse activiteiten en werkweken als dat een extra aanbod is, introductie als dat een extra aanbod is, documentenmappen, schoolkrant, portfoliomap, USB-sticks, de functionaliteit van de chip/pas wanneer je deze alleen binnen de school/het college kan gebruiken voor mediatheek, kopiëren, repro, kantine, telefoon, verzekeringen, kopieerkosten voor het maken van stencils en readers als dit ter aanvulling is op het verplichte lesmateriaal, etc.